In de IT-outsourcing is een trend waarneembaar van kortetermijnkostenreductie middels rigide ingerichte contracten naar een model dat meer gericht is op samenwerking en langetermijnsucces. Kortom, een verschuiving van het Angelsaksische model naar het Rijnlandse. Een belangrijke eigenschap van het Angelsaksische outsourcemodel is dat leveranciers op rigiditeit en boetesystemen anticiperen door financiële risico`s bij voorbaat in hun offertes te verwerken. De nadruk ligt dan op het managen van de risico`s in plaats van op het voorkomen ervan. En dit leidt tot ongewenst gedrag van de leverancier die bij een boete al snel zijn toevlucht zoekt op uitzonderingsbepalingen of omissies in het contract. Er ontstaat dus een `loopgravenrelatie`. Het Rijnlandse model kenmerkt zich daarentegen door een focus op de voor de opdrachtgever en opdrachtnemer essentiële factoren, waarbij de toekomstgerichtheid van de samenwerking centraal staat. Het gaat niet meer om het vastleggen en uitbesteden van de bestaande situatie, maar om zo snel en goedkoop mogelijk de door beide partijen gewenste situatie te bereiken. Dit betekent dat een gedetailleerde voorschrijving van de dienstverlening passé is, dat transparantie centraal staat en dat de focus ligt op continue verbetering. |